Architectuur 3.0: back to basics

Architectuur staat in de spotlights. Of liever gezegd, de positie van architecten. Helaas ook vaak vanuit zorg, want juist in deze tijd van vraagbewust ontwikkelen en bouwen zouden architecten juist positief in de spotlights moeten staan. Niet vanuit het vraagstuk van de crisis, maar vanuit de kracht van het beroep voor oplossingen in deze tijd.

Afgelopen vrijdag was er op Radio 1 een Lunch! interview met Jan Fokkema (dir NEPROM) en Willem Hein Schenk (vz BNA en architect) over architectuur en crisis, vooruitlopend op de dag van de architectuur van afgelopen weekend. Een gesprek van amper een kwartier, waarin de kern van architectuur anno nu heel mooi voorbij kwam.

Waar hebben we het eigenlijk over bij Architectuur? 

Terug naar het begin, circa 25 voor Christus (!):

De Romeinse architect Vitruvius (tevens ingenieur en militair) schreef wellicht het allereerste, zeer omvangrijke, handboek over architectuur, De Architectura. Een gids over planning, over uiteenlopende ontwerpen van gebouwen tot aquaducten tot havens, over apparatuur en meetinstrumenten voor bouwprojecten. Voor ons een praktische bouw gids over de Romeinse bouwwerken en de keuzes die daarbij gemaakt werden.

Interessant is vooral dat Vitruvius aangeeft dat architectuur steunt op drie basisprincipes: schoonheid, stevigheid en bruikbaarheid. Architectuur is de balans tussen deze drie elementen, waarbij het ene niet het andere mag overheersen.

Wat is de stand van zaken anno 2013?

In het interview kwam duidelijk naar voren dat Nederland goede architectuur nodig heeft. Juist nu. Iedereen zoekt namelijk mogelijkheden om de productie op gang te brengen maar voor de ontwikkelingen van nu is het belangrijk om niet in te boeten op kwaliteit. Aandacht voor gebouwen die functioneel, technisch en programmatisch goed in elkaar zitten, zijn hard nodig. Daarbij gaat het niet om de vraag of een gebouw mooi is of lelijk. Nee, het gaat om goede gebouwen, die de tand van deze tijd kunnen doorstaan.

Tevens is er een verschuiving in de rol van architecten. Veel architecten oriënteren zich steeds meer op het hergebruik van gebouwen en creëren daarmee nieuwe mogelijkheden voor bestaande gebouwen.

Anders ontwikkelen = anders ontwerpen = anders denken

In mijn werk als projectontwikkelaar ligt de focus op het product. Het product moet goed zijn. Vooral omdat ik veelal bij projecten betrokken wordt, die in de aanloop planmatig of conceptmatig niet ideaal zijn vorm gegeven. Vaak wordt me daarbij gevraagd of ik een ontwerp mooi vindt. Mijn standaard antwoord is vaak “nee, maar dat doet er ook niet toe”. Het gaat er namelijk niet om of ík het mooi vindt. Waar het om gaat, is dat het klopt. De samenhang, zoals Vitruvius als zei, qua uitstraling, constructie en functionaliteit moet goed zijn. En daar wil ik aan toevoegen: de aansluiting op ‘de’ markt waarvoor het product bedoeld is. Bovendien, over smaak valt niet te twisten.

En ja, het gebouw moet duurzaam zijn. Maar niet alleen qua materiaalgebruik of certificering, maar juist ook in relatie tot ‘tijd’. Een element wat nogal eens vergeten wordt.

Sinds de crisis is de branche van de architectuur hard getroffen. De omzet en de werkgelegenheid in de sector zijn gedaald met meer dan 50%. Grotere bureaus zijn geslonken, het aantal kleinere bureaus is fors toegenomen. Er wordt weinig gebouwd en dus zijn er minder ontwerpen nodig en dus minder architecten. Tegelijkertijd onderzoeken architecten hoe ze hun vak een andere inhoud kunnen geven. Minder vanuit het esthetische aspect. Meer vanuit samenwerking en vorm geven aan een functioneel product.

En daarin ligt nu juist de crux. Anders bouwen betekent enerzijds dat je veel sterker gaat werken vanuit je discipline als expert en dat je tegelijkertijd veel meer openstaat om over je vakgrenzen heen te kijken en mee te denken met andere disciplines: met als enig doel een beter product. Het klinkt bijna paradoxaal maar ik geloof er in: de gelijkwaardigheid van de deelnemers in de samenwerking wordt versterkt qua positie in het team, terwijl er tegelijkertijd juist een enorme nadruk komt op de expertise van de verschillende professionals die aan het project werken. Specialisme en samenwerking gaan hand in hand. Het ene kan niet zonder het andere, de een niet zonder de ander.

Als je vraagbewust wilt bouwen, en dus ontwikkelen, kijk je gerichter naar je product en dus je gebruiker(s). Als ontwikkelaar, maak je dus niet wat jij vindt dat er moet komen vanuit techniek of opbrengst, want die tijd heeft ons ingehaald. Je maakt iets wat samensmelt met een marktvraag of een marktvraag genereert. Ook ‘nieuwe’ experts maken vanaf het begin deel uit van je team zoals een commercieel specialist en een marktkenner. Als onderdeel. Zodat het geheel sterker wordt.

Integraal ontwerpen en bouwen is essentieel. We kunnen elkaars werk niet overnemen maar wel versterken. En daar gaat het om. De kwaliteit van het product maakt de kracht van het project. De rol van de architect – hij vertaalt veel van de disciplines in concrete beelden, hoe kan het ook anders – is daarbij essentieel. Maar aan het roer staat het (commerciële) concept, niet de esthetiek.

In het interview kwam tevens naar voren dat er meer zakelijke architecten noodzakelijk zijn, die de nieuwe werkelijkheid omarmen en anders als ontwerper in proces zitten. Oog voor schoonheid hoeft daarbij niet ondergesneeuwd te raken.

Hoe nu verder?

Volgens de Van Dale is architectuur bouwkunst cq. bouwstijl. De architect is de ontwerper van bouwplannen en adviseur bij de uitvoering daarvan. Back to basics dan?

Deze tijd is te complex voor individualisme in het ontwikkelproces: naar elkaar luisteren en samen werken aan een product geeft samenhang. En energie en plezier. En daarmee schoonheid aan een gebouw en daarmee bedoel ik niet alleen de esthetische schoonheid. Of zoals Vitruvius zei: de schoonheid van een gebouw is terug te lezen in de mate van functionaliteit. Een gebouw wat niet lekker in elkaar zit, is als een slecht pak: je hebt het niet graag om je heen, je gaat je er aan irriteren… en uiteindelijk… doe je het van de hand…

Het kan anders. Werken vanuit de kern van je vakgebied, maar wel product- en vraagbewust. Dat is toch realiseerbaar?

 

 

 

 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *