Het passief huis: een duurzame oplossing?

Afgelopen week zijn er verschillende berichten verschenen over de Brusselse wetgeving omtrent het passief huis: een constructiestandaard die gericht is op een zeer energiezuinig gebouw, gericht op een goed winter- en zomercomfort. In Brussel verplicht per 1 januari 2015.

Op zich een goed principe natuurlijk om in deze tijd van bewustwording van grondstoffen en energie, zinvol om te gaan met anders bouwen. En gebouwen anders te ontwikkelen. De vraag is of het zinvol is om juist via wetgeving het passief huis tot norm te maken voor ontwikkelend en bouwend Nederland. Lopen we voorop in ontwikkelingen? Of lopen we juist het doel juist voorbij? Of is deze vraag een gepasseerd station?

Waarom hebben we eigenlijk die wetgeving nodig? Is er dan zoveel weerstand? En zo ja, waar komt die dan vandaan?

Een vraag vooraf:

Krijgt duurzaamheid een andere betekenis als er schaarste is?

Stel, je woont in een gebied waar drinkwater en energie van nature niet overvloedig aanwezig zijn. Wat, als het kostbaar is om drinkwater en energie te maken? Hoe gedraagt de markt zich dan?

Een voorbeeld van zo’n land is Curaçao. Een eiland in het Caribisch gebied waar één landelijke producent cq. leverancier is van water en energie: Aqualectra. Een gemiddeld gezin geeft op Curaçao zo’n 20% (!) van haar inkomen uit aan water en elektriciteit. Leg dat maar eens uit aan een gemiddeld huishouden in Nederland;-). Dat is echt een hoop geld, elke maand weer. Het mogelijk halveren van die maandelijkse kostenpost levert je per jaar een vakantie op, of een tweedehands auto of gewoon extra spaargeld.

Dus als je op Curaçao investeert in duurzaamheid (lees: andere bouwmethodiek en installaties) dan kun je als gebruiker en/of eigenaar je investering in relatief korte tijd terug verdienen. Binnen zo’n 3 á 4 jaar. Nog voordat je kinderen de basisschool doorlopen hebben, verdien je als particulier je gemiddelde extra investering in je huis terug en kan je van je extra budget lekker op vakantie.

Iedereen aan de duurzame energie zou je dan zeggen. Maar zo simpel is het niet.

Tot voor kort was het niet eens mogelijk om energie via zonnepanelen terug te laten leveren op Curaçao. Dus je moest qua energiecircuit volledig selfsupporting zijn: complex en relatief kostbaar. Daar is vanuit markt, politiek en samenleving verandering in gekomen. Nu kun je via een teruglever-overeenkomst je duurzaam opgewekte energie ook ’s avonds teruggeleverd krijgen bijvoorbeeld.

Maar consumenten gaan (nog) niet massaal over op duurzame energie. Duurzaamheid vraagt om duurzame relaties waarbij een win-win situatie ontstaat tussen klant en leverancier. Dat vraagt vertrouwen, tijd, geld en een cultuurverandering. Bij bestaande woningen moet je toch eerst een investering doen voordat je iets terug krijgt; dat blijft een drempel voor particulieren. Voor nieuwe gebouwen kan het eenvoudiger meegenomen door de opdrachtgevers en kan het juist een positieve marktwerking hebben: de huur-/verkoopprijs kan iets hoger, maar het energieverbruik wordt aanzienlijk lager. En dat niet alleen, het comfort wordt aanzienlijk verhoogd.

Wat levert duurzaamheid hier op?

Extra besteedbaar inkomen dus. En praktisch wooncomfort. Veel huishoudens op Curaçao hebben bijvoorbeeld geen warm water in de douche en alleen maar een knop voor ‘koud’ water. Dat kan anders zodra de elektra goedkoper wordt door de toepassing van zonne-energie bijvoorbeeld, omdat warm water dan opeens wel betaalbaar wordt. Dat is luxe en extra wooncomfort. Iets soortgelijks geldt voor water. Water is kostbaar. Dus je afwaswater vang je op in een teiltje en gebruik je voor je tuin. Ik moet dat in Nederland nog zien gebeuren. Maar als je een goed grijs water circuit in je huis aanlegt, dan kun je in de Cariben je douchewater bijvoorbeeld voor de tuin gebruiken.

Nederland is wellicht een complexere maatschappij met meer keuzes en een lagere energie nota. Waarschijnlijk voelt in Nederland de consument de win-win situatie van dergelijke investeringen niet direct. In elk geval niet direct in de portemonnee. Op langere termijn wel (als de kinderen bijna van de middelbare school zijn…). Is dat voldoende om een kentering te realiseren in de markt? Of ontbreekt een sterke intrinsieke motivatie? Zowel bij de gebruiker als bij de producent?

Is het passief huis dé oplossing voor duurzaam wonen en bouwen?

Als je de actuele discussies leest, zijn de meningen verdeeld. Enerzijds wordt wetgeving juist gezien als een belemmering in de ontwikkelingen van duurzaamheid: je verheft iets tot norm waardoor je andere oplossingen niet stimuleert cq. tegengaat. En dat is juist in een potentieel innovatieve sector belemmerend voor groei en verandering. Anderzijds wordt wetgeving juist gezien als breekijzer om duurzaamheid op te leggen ook al is het volgens een stringente norm.

Is dit de weg om bouwend Nederland te helpen verduurzamen? Kan je via wetgeving de duurzaamheid verplichten volgens een vastgestelde route? Hoe verhoudt zich dat met het bouwbesluit dat net aangepast is? Of moet je de markt zijn werk laten doen? Door het geven van financiële fiscale) voordelen? Door het faciliteren van initiatieven?

Wat is eigenlijk het duurzame nut van dit type wetgeving?

Ik ben benieuwd naar jouw mening!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *