Project Utrecht goed in verkoop

Mooie beelden van De Kastanjetuin Utrecht. De verkoop van de 18 appartementen is inmiddels in volle gang. Voor dit project heb ik de commerciële, bouwkundige en bouwfysische planvorming gedaan, incl. de vergunning. Bijna 75% is reeds in optie genomen. De impressies geven een heel mooi beeld van deze nieuwe woonomgeving in het prachtige tuindorp in Utrecht.

Bijzonder is de materialisatie van het hele complex en vooral het Atrium op de westzijde dat de entree naar de woningen werkelijk bijzonder maakt. Veel licht en lucht in het ontwerp geven de appartementen een luxe en ruime uitstraling.

Schermafbeelding 2015-01-05 om 16.04.24Schermafbeelding 2015-01-05 om 16.04.12Interieur Magnuslaan hoekapptInterieur appt Magnuslaan

De kopers kunnen kiezen uit hele ruime woningen met een beukmaat van 8 meter (!) en diverse indelingsmogelijkheden.

Appt hoek Kastanjetuin Utrecht Appt doorzon Magnuslaan Utrecht Interieurs 1 Kastanjetuin Utrecht Interieur 2 Kastanjetuin Utrecht]

Een geslaagd project! Ook een project in portefeuille dat meer rendement moet halen? Bel me: 06-5473 0161

2015: change of perspective

Graag wens ik iedereen een mooie start van de week en van het nieuwe jaar.

2015 geeft nieuwe kansen, nieuwe ingangen en dito oplossingen… Ik kijk er ook dit jaar weer naar uit om projecten voor mijn opdrachtgevers financieel, bouwkundig en vergunningstechnisch weer haalbaar te maken en kwalitatief goed vorm te geven. Op naar een gezamenlijk en mooi jaar!

Nieuwjaarswens

Het nieuwe jaar 2015 staat alweer bijna voor de deur. Een jaar met nieuwe plannen en projecten, in binnen- en buitenland: een studentencampus in Nederland, een woonwijk op Curaçao, een zorginstelling met een bijzonder karakter, New York, the new builders… Ik kijk er graag naar uit.

En net zo graag blik ik terug op een bijzonder 2014: fysiek een nieuw kantoor, diverse nieuwe samenwerkingsverbanden, infrastructuur als nieuw werkgebied, een medewerker, diverse reizen naar het Caribisch gebied, Chili, Spanje, Venetië…

Reizen is heerlijk en brengt veel inspiratie. Maar er gaat niets boven goed thuis komen. En niets boven een goede gezondheid. Bovenal wens ik iedereen daarom een heel gezond en gelukkig 2015. ¡Feliz Año Nuevo!

Schermafbeelding 2014-12-29 om 09.27.29

 

Duurzaamheid bottum up: hoe duurzaam ben jij?

Deze week is de Dutch Green Building Week. Veel aandacht voor duurzaamheid in alle aspecten in de bouw. Projecten, materialen, bouwmethodieken, regelgeving: groen in de picture. Duurzaamheid en verstandig bouwen voorop.

Afgelopen zaterdag was op 10.000 kilometer een mooie duurzame ‘aftrap’ op Curaçao: de Curaçao Clean Up. Een actie, vorige jaar voor het eerst opgetuigd vanuit een samenwerking van bezorgde particulieren en bedrijven, gericht op het opruimen van zwerfafval op Curaçao. Enorme hoeveelheden afval zijn ook dit jaar weer opgeruimd door ruim 2500 vrijwilligers waaronder 120 duikers. Want ook onder water wordt het nodige afval achtergelaten. Vorig jaar werd er een dag na de actie, alweer zwerfvuil gevonden in de berm. Dit jaar, gelukkig, nog niet… Heeft de burger hiervan geleerd?

En dat doet me denken: is onze maatschappij echt in transitie?

Zijn we vanuit de maatschappij nou wel of niet bezig met een duurzame wereld? Zijn we alleen maar actief vanwege acties en subsidies of hebben we echt een intrinsieke motivatie om de wereld en met name ons consumptieve gedrag daarin te veranderen?

Hoe duurzaam zijn we eigenlijk bezig?

Een paar simpele vragen: ben je duurzaam bezig als je dagelijks geen huishoudelijk afval splitst maar wel in een nul-woning woont? Ben je duurzaam bezig als je elk weekend met de auto erop uittrekt om wandelingen te maken ergens in de natuur in Nederland maar ook elke dag op de fietst stapt naar je werk? Ben je duurzaam bezig als je wel een kapitale villa volledig duurzaam laat (ver)bouwen en tegelijkertijd dagelijks biologisch eet?

Hoe meet je duurzaamheid van dagelijks gebruik?

Het is nog niet zo simpel, dat duurzaam leven. In de minste plaats niet, omdat duurzaam leven voor iedereen iets anders inhoudt. En consumptieve offers vraagt.

Dat geldt blijkbaar ook voor de industrie: vandaag kreeg ik via de mail een aanbieding van het boek van Thomas van Belzen Duurzaamheidsoorlog. Over geld, machtspolitiek en idealen. Over 25 jaar de strijd over duurzaamheid in de bouw… Duurzaam bouwen vraagt blijkbaar ook offers.

Bewustwording van de burger. Is dat dan het sleutelwoord?

Misschien wel. Misschien begint het allemaal bottum up. Van onderaf.

Misschien moeten we er wel, actief, op gewezen worden wat werkelijk de mogelijkheden zijn en wat werkelijk zinvol is.

In Madrid zag ik afgelopen zomer in de metro borden waarin de burger gefeliciteerd wordt met het gebruiken van de metro. En daarmee gewezen wordt op de duurzame voordelen van het gebruiken van openbaar vervoer. Visueel wordt uitgebeeld dat het voor de luchtverontreiniging uitmaakt, kwantitatief, dat je kiest voor de metro.

madrid metro 2

In Madrid zag ik ook deze groene muur. Samen met vele anderen nam ik een foto. Zo bijzonder en uniek blijkbaar (!), deze volgroeide verticale tuin, dat we er met zijn allen letterlijk bij stil bleven staan…

GroeneMuurMadrid

In de bouw zijn enorme stappen gezet als het gaat om verduurzaming van processen en producten en het versterken van het bewustwordingsproces daarin. De vraag is echter, of dat genoeg is. En of de consument aan de onderkant en de beleidsmakers aan de bovenkant zich realiseren dat we daarin in Nederland echt niet trendsettend zijn. Transitie? Harde noodzaak. Daarover zijn we het eens.

Maar de centrale vraag is: hoe duurzaam ben jij (echt)?

 

Openbare ruimte: de kers op de locatie?

Tijdens mijn reis in Spanje deze zomer heb ik extra aandacht voor infrastructuur en de inrichting van het openbare gebied. Iets waar ze in Spanje heel erg goed in zijn. Spanje heeft een lange traditie op dit gebied. Niet alleen omdat Spanjaarden veel buiten leven maar omdat het belang ervan algemeen erkend wordt. In Spanje weten ze buitengewoon goed aan te sluiten op de culturele en maatschappelijke behoefte van de gebruikers in optimale samenhang met de klimatologische aspecten. En dat is niet alleen rekening houden met de zon: Spanje kent namelijk diverse uiteenlopende klimaten, ook met veel regen en kou. De inrichting van het openbaar gebied houdt daar rekening mee.

Waarom deze focus?

Een goede en verzorgde infrastructuur c.q. openbaar gebied werkt kwaliteitsverhogend. Niet alleen door de uitstraling die dit geeft maar ook door de sociale impact hiervan. Inmiddels weten we uit onderzoek dat een verzorgd, schoon, aantrekkelijk en groen openbaar gebied ook veiliger is. Gewoonweg omdat het minder aantrekkelijk is voor ongewenst gedrag. Zet een oude fiets op een mooi pleintje en binnen een week ligt er afval omheen. Binnen twee weken staan er meer oude fietsen, enzovoorts. Verval trekt verval aan. Verzorgd trekt verzorgd aan maar stoot bovendien verval af. Zo simpel is het.

Opgeruimd staat netjes

Prachtig. Na een week door Andalucía te hebben gereisd wil ik hier wonen. Infra en openbaar gebied zijn prachtig verzorgd en een lust voor het oog. De structuren zijn helder. Afslagen zijn goed aangegeven. Wegen zijn goed onderhouden. De tussenberm op de autovías bestaat uit bougainvilles. Zelfs de rotondes zijn een genot om langs te rijden en geen bron van ergernis.

Alhaurin el Grande rotonde 1Alhaurin el Grande rotonde 2b

Oog voor detail

Buitengewoon veel aandacht wordt besteed aan functionele materialisering: goed asfalt, mooi straatwerk, aantrekkelijke verlichting, functioneel straatmeubilair, goede beplanting, gemengd gebruik van de openbare ruimte. Ik heb zelfs een fotoserie gemaakt van bankjes, lantaarns en straatwerk.

Cordoba parkje 2Alhaurin el Grande calle 1

Met de zon is alles makkelijker…

Als de zon schijnt is (of lijkt?!) alles mooier. Maar… de zon heeft een keerzijde: warmte, verkleuring, verdorring. Daarmee wordt in Spanje rekening gehouden in materiaalkeuze, beplanting, bestrating, verlichting, inrichting. In Noord-Spanje regent het veel meer en kan het heel koud zijn en is de beplanting bijvoorbeeld anders net als de inrichting van de ‘plazas’.

Alhaurin el Grande Parque Libertad 1

Toch zijn we er in Nederland niet zo goed in om de openbare ruimte functioneel en aantrekkelijk in te richten. Of kunnen we het wel maar vinden we het gewoonweg niet belangrijk, interessant, de moeite waard om te investeren…? Of weten we gewoonweg niet zo goed hoe het beste kan worden aangesloten op de omgeving, het klimaat, het gebruik, het onderhoud, wat de burger wil…? Wonderlijk toch?

In de praktijk

Momenteel werk ik aan een verkavelingsplan voor woningen op Curaçao. In de stedebouwkundige onderlegger is rekening gehouden met aspecten als sociale veiligheid, de aantrekkelijkheid van het openbaar gebied, cultuur, klimaat en een functionele en heldere infrastructuur. Dat wordt gezien als bijzonder. En zelfs uniek. Maar goed beschouwd is het juist logisch. Planontwikkeling is altijd contextgebonden en bedoeld voor gebruikers. Dus aansluiten op aspecten als context, cultuur en klimaat zijn essentieel. Zeker als je weet dat omgevingsfactoren ook gedrag en welbevinden beïnvloedt.

De Spanjaarden weten dat en passen dat succesvol toe. Ik geniet hier nog een week van in Midden-Spanje en kijk komende week uit naar meer voorbeelden. Wordt vervolgd!

 

 

 

 

 

 

 

Vreeland Nieuw kantoor

Sinds 1 juni 2014 werkt Nina Kremers vanaf een nieuwe kantoorlocatie in Vreeland. Een prachtig en centraal gelegen landgoed onder de rook van Amsterdam, dichtbij Hilversum en Utrecht.

Het is een bijzondere en inspirerende combinatie van bedrijvigheid omgeven door landelijk groen, een automuseum, polovelden en stallen.

Bezoekadres:

Landgoed ‘Groot Kantwijk’

Bergseweg 28C – Vreeland

KantoorVreeland3-kleinAustin Museum Vreelandv2Stallen Vreelandparkeren vreelandv2

Creatief met ruimte: een andere kijk op ruimtelijkheid

Ruimte pakt altijd anders uit in een project en is altijd anders dan verwacht. Echter, niet de absolute maatvoering is cruciaal in een project, maar de beléving van die maatvoering. Aandacht voor ruimtelijk-heid en ‘practical space’ geven een ontwikkelconcept daarom meerwaarde. Het optimaliseren van (dag)lichtgebruik, contact met de buitenwereld en gebruikscomfort zijn in dit proces sleutelbegrippen.

Licht is een natuurlijke drijfveer van de mens om zich prettig te voelen en actief te worden. Als een huis licht is, ervaar je dat als luxe en ruimtelijk. Een licht kantoor wordt ervaren als groot en positief. Niemand wil in een donker huis wonen of in een donker kantoor werken. Donker staat gelijk aan klein, benauwend, niet prettig. Licht staat gelijk aan ruimtelijkheid, luxe, comfort, energiek, positief, de dag, creativiteit: gebruikscomfort.

Lucht geeft twee belangrijke pijlers voor projecten. Allereerst is het contact met en zicht op de buitenlucht van belang. Als je ervaart dat er een connectie is met de (leef)ruimte buiten, dan creëer je een versmelting tussen binnen en buiten. Binnen wordt daarmee ‘groter’. Daarnaast is letterlijk de kwaliteit van de lucht, het binnenklimaat, essentieel.

Voorbeeldprojecten met een ‘krappe’ ruimte

Onlangs heb ik een project gerealiseerd voor begeleid wonen voor jongeren. Er was al een bestaand planontwerp voor 3-onder-1-kap-woningen, goedgekeurd door Welstand. Echter al jaren geen belangstelling voor het project vanuit de kopersmarkt.

Er was wel belangstelling vanuit de zorgsector. Mijn opdracht was om deze woningen geschikt te maken voor een nieuwe doelgroep: jongeren tussen 16 en 26 jaar die zorg nodig hebben vanuit een begeleide woonsituatie en tegelijk deelnemen aan het arbeidsproces via een dagbesteding. Het nieuwbouwproject kon daarmee, zij het tijdelijk, onttrokken worden aan de verkoopmarkt.

De truc daarbij was om de indeling van vrij reguliere eengezinswoningen dusdanig op te zetten, dat je het idee kreeg in een luxe hotel te vertoeven in plaats van in een ‘gewoon’ rijtjeshuis. Door niet uit te gaan van het minimale wat je nodig hebt, maar juist van het maximale woongenot, hebben we met een paar kleine ingrepen de woningen geschikt kunnen maken voor de doelgroep. Belangrijk, omdat jongeren in deze zorgmarkt klanten zijn en woonruimte voor het kiezen hebben. Daarnaast moesten de woningen over 5 of 10 jaar weer teruggeplaatst kunnen worden in het reguliere woningaanbod zonder al teveel ingrepen. Het creëren van ruimtelijkheid en een aantrekkelijke woonsituatie ook op termijn werd daarmee een belangrijk uitgangspunt.

Uiteraard is samenwerking met een architect daarbij cruciaal. Samen geef je in een proces van co-creatie vorm aan het concept. Maar samenwerken met een interieurarchitecte kan daarbij ook inspirerend zijn.

Onlangs had ik een gesprek met interieurarchitecte Anne-Carien KleinJan die onder andere optimaliseringen van woningen doet. Bijvoorbeeld om potentiële kopers inzicht te geven in de mogelijkheden van een woning. Zij gaf als voorbeeld een eenvoudig maar sprekend voorbeeld van een woningoptimalisatie.

De keuken is in dit voorbeeld ruimtelijker gemaakt en beter geschikt gemaakt om in te verblijven. De berging heeft zijn functie behouden en een deel van de berging is overgeplaatst naar de punt van de woning, die in het oude ontwerp niet benut werd. Qua vierkante meters is er niets veranderd, qua beleving van ruimtelijkheid en woongenot, alles.

AnneCrienKleinJan

Een ander voorbeeld uit mijn praktijk waarbij de optimale ruimtelijkheid van een gebouw goed is vorm gegeven, is het ontwerp van onderstaande basisschool. De basisopzet van de school is eenvoudig maar daardoor ook krachtig en beheersbaar. De transparantie binnen de school is niet alleen de absolute eyecatcher maar ook de bekrachtiging van die ruimtelijkheid.

Schakel_Vinkeveen_Vloerplan

Schakel klas

Wat tonen deze voorbeelden? 

Ruimte is een kader en is altijd gelimiteerd, maar daarom nog niet een beperking. De uitdaging in een ontwikkelvisie is juist om die ruimte op te zoeken. Dat betekent groot denken vanuit een praktische visie.

En daar gaat het om: anders omgaan met ontwikkelen, inspelen op gebruikers-nut, eenvoudig denken. Een belangrijke eerste stap bij elk project is daarom altijd het creëren van een visie met commerciële kracht die aansluit bij de gebruiker.

Samenwerken is verbinding zoeken

Samenwerken is verbinding zoeken en maken. In het dagelijks werk en daarbuiten. Een toppunt van samenwerken vind ik als persoon en als bedrijf in de Lionsclub Vinkeveen Waverveen: het geeft altijd energie, naast een hoop gezelligheid en zinvolle verbindingen. Toppunt van samenwerking en van gedurfd ondernemen vind ik ook één van de structurele doelen die wij als lions sponsoren: de training van de vrijwillige instructeurs van de Zwemvereniging De Ronde Venen (ZDRV). Zij besteden o.a. extra aandacht aan zwemles voor kinderen die speciale begeleiding nodig hebben. De Lions sponsoren de opleiding die de instructeurs volgen om de lessen nog beter te maken. Eind maart heb ik één van de drijvende krachten van de ZDRV, Kitty Reurings, geinterviewd om wat meer te weten te komen over wat de zwemvereniging precies doet en hoe de lions daarbij helpen. Een enthousiast verhaal van een vereniging met oprechte passie voor haar leden en haar aanpak en bovendien uitsluitend werkt met vrijwilligers.

Zwemvereniging De Ronde Venen: Lions steunen zwemmen voor alle kinderen 

Wat doet de zwemvereniging precies?

Op de zaterdag verzorgen wij de opleidingen voor de ABC-diploma’s, zwemvaardigheidsdiploma’s (snorkelen, waterpolo, etc.) en survivaldiploma’s. Op de afdeling Zwemmend Redden op woensdagavond geven wij de opleidingen tot life guard. Dat is een voorbereiding op het varend redden, oftewel het actieve redden op en rond het water. Dus je moet daarvoor ook echt je weg weten op de boot. Deze opleiding wordt in het voorjaar en in de zomer gegeven, op locatie op de Vinkeveense Plassen. Al met al een brede zwemvereniging met zowel elementair zwemmen als de Reddingsbrigade.

Alle instructeurs werken op vrijwillige basis. Veel mensen denken dat de instructeurs een inkomen krijgen uit de zwemclub, maar dat is dus niet zo. Alle instructeurs doen het werk echt uit pure passie. Het plezier wat we eraan beleven, is onze vergoeding. En dat is best bijzonder in deze tijd, zeker met zoveel jonge vrijwilligers.

Met hoeveel instructeurs werken jullie?

Bij de hele vereniging werken in totaal zo´n 45 vrijwilligers. Op de zaterdagochtend zijn dat 17 instructeurs in de leeftijd van 14 tot 53 jaar. Het bijzondere is, dat dit voor een heel groot deel jongeren zijn. 10 daarvan zijn opgeleid zweminstructeur. Deze instructeurs hebben, om les te kunnen geven bij de zwemclub, 1 of meer opleidingen gevolgd. Elke opleiding duurt zo’n 1,5 á 2 jaar en de vrijwilligers doen deze opleidingen in hun vrije tijd. Stage lopen hoort bij de opleiding. Op dit moment hebben we 4 instructeurs in opleiding, in de leeftijd van 17 tot 18 jaar. Zij doen einde van dit seizoen examen. Drie assistent-instructeurs, in de leeftijd van 14 tot 16 jaar hebben een vooropleiding van 12 avonden tot assistent-instructeur gedaan. Dat zijn bijna altijd mensen die al jaren op de afdeling zwemmen, alle reguliere zwemdiploma’s hebben, echt passie hebben voor het zwemmen en wie het les geven leuk lijkt. Zij lopen mee met een instructeur en als ze het echt leuk vinden doen ze een opleiding. De vereniging betaalt de kosten voor deze opleiding. De vereniging heeft aanwas van nieuwe instructeurs nodig, dus investeren in de toekomst, in opleidingen, is echt nodig.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Waarom deze opleidingen?

Opleidingen zijn altijd in beweging en de ontwikkelingen hierin staan nooit stil. Ze geven nieuwe inzichten in lesgeven en didactiek. Daarom zijn we ook dit traject voor een nieuwe opleiding met de Lions ingegaan. Veel leerlingen zwemmen bij ons als een hobby. Sommige leerlingen kunnen in reguliere lessen echter niet goed meekomen. Vaak staat de techniek van de slagen en de verschillende vaardigheiden voorop. Vanuit die gedachte wordt direct aan de eindvorm gewerkt. Vanuit nieuwe ontwikkelingen wordt nu gedacht: elk kind is anders en de motoriek van elk kind is ook anders. Als je daarvan uitgaat, sluit je beter aan bij wat een kind kan.

Aansluiten bij wat een kind kan?

Ter verduidelijking kun je het vergelijken met leren lopen. Dat doe je ook vanuit verschillende fasen, van kruipen tot lopen. Dat gaat rustig en geleidelijk aan vanuit het kunnen van een kind. Dat gebeurt bij voorkeur op een rustige plezierige manier met de ouders. Tot op heden moest een kind snel leren zwemmen en alleen met het oog op het technische eindresultaat. Dus starten met kurkjes waarmee je het kind iets laat doen wat eigenlijk boven zijn kunnen ligt. Stel je zegt tegen een 1-jarige: we hangen je in een tuigje, en via een rails gaan we je leren lopen, en nu moet je eerst je rechtervoet goed afwikkelen en dan je linkervoet. Dat is een onnatuurlijke manier van het aanleren van iets, maar het gebeurt in een gemiddelde zwemles wel. Vanuit de nieuwe didactiek, passen we de lessen aan op waar het kind aan toe is en daarop bouwen we voort. Je gaat dan uit van het eigen kunnen van een kind ofwel het ‘motorisch leerproces’ van het kind. Dat houdt in: hoe leert dat kind en hoe kan dat kind dit het beste vanuit zijn eigen kunnen doen.

We zijn gewend aan een bepaalde manier van lesgeven. Deze nieuwe training is gericht op een andere manier van les geven en geeft ons een andere kijk op hele leertraject. Niet meer zozeer werken vanuit techniek en eindvorm, maar juist door op een speelse en plezierige manier het kind uit te dagen, vanuit het kunnen van een kind.

Hoe gaat dat in de praktijk?

Alle instructeurs van de zaterdag doen deze opleiding. In het begin was de gedachte dat het 2 á 2,5 jaar zou duren om deze manier van lesgeven onder de knie te krijgen. Dat leek lang, maar in de praktijk vliegt het voorbij. Het is ook lastig om anders te leren lesgeven, anders te kijken naar het kind, anders te kijken naar het leertraject. Je leert anders aanwijzingen geven en correcties. Op didactisch vlak leer je de lessen anders in te delen en de materie anders over te brengen. Het effect dat we nu direct merken, is dat de lessen kinderen veel meer aanspreken. Op sommige vlakken moet je wel enorm veel geduld met jezelf hebben, omdat zo’n verandering van lesmethode niet van de ene op andere dag gaat. Omdat je steeds werkt met een succesbeleving van een kind, op een speelse en ongedwongen manier, zal het er op de langere termijn voor zorgen dat het leertraject voor het kind makkelijker wordt en de leerling meer succesbeleving ervaart. Je gaat niet een kunstje aanleren wat eigenlijk een stap te ver voor het kind is, maar je leert iets aan vanuit het eigen kunnen. Dan wordt het een eigen vaardigheid van het kind, geen nagebootst kunstje. Maar daarvoor moet je eerst een goeie basis creëren, en daarvandaan verdergaan met techniek. Uiteindelijk gaat het dan sneller.

We merken dat dit met name goed werkt bij leerlingen met een beperking, leerlingen die in normale groepen niet zo goed mee kunnen komen. Het spreekt deze groep kinderen echt meer aan om zo te leren, dus vanuit motorisch gestuurd leren. Leren vanuit techniek kan deze groep kinderen meestal niet zo goed volgen.

Wat zijn jullie plannen voor de toekomst?

Als vereniging blijven wie we zijn: een gezellige club mensen waar iedereen terecht kan om zwemmen als hobby uit te oefenen. En open blijven staan voor alle leden uit de maatschappij en het zwemmen betaalbaar te houden. Juist omdat zwemmen zo’n belangrijk onderdeel is van onze Nederlandse maatschappij. Zwemveiligheid staat hoog in het vaandel en dat kan alleen als je kwaliteit levert.

Waar staan en gaan jullie voor?

Zwemveiligheid bij alle inwoners van de gemeente, jong en oud, bevorderen. Promoten van zwemmen als hobby: zwemmen is leuk, gezond, gezellig en nagenoeg voor iedereen haalbaar. Daarom zijn wij een brede vereniging met activiteiten in het zwembad en op en om het buitenwater (als Reddingsbrigade). Meer lezen? Kijk op: www.zdrv.nl

De opbrengst van de Koningsdagactiviteiten van de Lions gaat altijd rechtstreeks naar goede doelen. Lionsclub Vinkeveen en Waverveen levert in dat kader ook structureel haar bijdrage aan verenigingen of activiteiten die wat ondersteuning kunnen gebruiken.

Nina Kremers – 31 maart 2014

 

Sociaal veilig ontwerpen: kan dat?

Iedereen wil veilig wonen. Sociale veiligheid betekent dat mensen zich veilig voelen in hun woonomgeving. Veiligheid wordt echter vaak gerelateerd aan camera’s en alarminstallaties. Maar, mensen voelen zich liever veilig dan beveiligd. Kun je dat gevoel ook krijgen zonder die maatregelen? En is het mogelijk om vanuit een ontwerp een gevoel van veiligheid te creëren?

Er zijn internationale richtlijnen over sociale veiligheid voor ontwerp en beheer van wijken. Deze basisprincipes zijn neergelegd in de zogenaamde CPTED-richtlijnen: Crime Prevention Through Environmental Design. CPTED is een multidisciplinaire aanpak om crimineel gedrag in een gebied te beperken door in het ontwerpproces rekening te houden met een aantal uitgangspunten. Het ontwerp krijgt daardoor een dusdanige opzet en uitstraling dat crimineel gedrag vermindert.

Hoe werkt het?

Eigenlijk heel simpel. CPTED gaat uit van de zogenaamde ZETA richtlijnen:

  • Zichtbaarheid oftewel natuurlijk toezicht
  • Eenduidigheid oftewel duidelijk aangeven wat de (erf)grenzen zijn
  • Toegankelijkheid
  • Aantrekkelijkheid oftewel de uitstraling van een positieve gedragsnorm

Een toiletruimte vind ik altijd een goed voorbeeld om te laten zien wat een onverzorgde omgeving kan uitlokken. Een toilet is regelmatig een sluitpost in een ontwikkeling. Een weggestopt hoekje, iets wat niet teveel ruimte kost. Vaak net te klein, zeker voor vrouwen, met name in horecagelegenheden. Zo’n ruimte straalt uit dat er niet veel aandacht aan wordt besteed. Zeker als deze niet goed onderhouden is, donker is of vies. Maak je dan zelf gebruik van die ruimte, heb je er ook geen aandacht voor. Sterker nog, het interesseert je niet om het onverzorgd achter te laten, aangezien anderen je al voorgingen.

Datzelfde geldt voor een grotere omgeving als een woonwijk: een wijk waarin verlichting, groen en erfafscheidingen duidelijk onderhouden zijn en fris ogen, trekken minder criminaliteit aan. Wel weer als je hoge muren om de woningen zet. Die muren stoten dus niet af, maar trekken juist aan. De kans dat een crimineel achter die muur ongestoord zijn gang kan gaan, is namelijk groter dan wanneer een crimineel moet opereren in openbaar terrein waarin hij goed zichtbaar is. Hij zal er dus voor kiezen een deurtje verder te gaan.

Meer weten?

CPTED is in de basis ontstaan in de jaren ’70. Onderzoek, onder andere in New York, heeft aangetoond dat de toepassing van CPTED de criminaliteit in een omgeving kan verminderen. De Architect Oscar Newman schreef hierover het boek Defensible Space in 1972. Dit principe is doorontwikkeld en uiteraard zijn er recentere publicaties. Kijk bijvoorbeeld op de website van de stichting SVOB: Stichting Veilig Ontwerp en Beheer, http://www.veilig-ontwerp-beheer.nl/theorie.

Heb jij ervaring met CPTED?

Dan ben ik daar benieuwd naar! Momenteel bouw ik zelf die ervaring op vanuit een project. Maar ik ben natuurlijk benieuwd naar andere ervaringen en oplossingen.

 

Gendermarketing in de bouw: de vrouw bepaalt

Gendermarketing gaat over rekening houden met ‘gender’ bij marketing. Oftewel met het feit dat er verschillen zijn tussen mannen en vrouwen. Dat is een gegeven en we kunnen er allemaal over meepraten. Sekseverschillen zijn genetisch al bepaald en worden door cultuur en opvoeding versterkt. Maar wat doen we met die wetenschap in de bouw? Moeten we er wel iets mee doen? Klein tipje van de sluier: de belangrijkste klant van de bouw is een vrouw. Een vrouw! Terwijl het gros van de bouwwereld gerund wordt door mannen! Wat nu?

De bouw is een mannencultuur waarbij mannen in de meeste gevallen de beslissers zijn en de initiators van de processen. De bouw richt zich daardoor bijna automatisch op de man in de ontwikkeling, marketing en verkoop van producten. Dit, terwijl juist vrouwen in 85% (!) van de aankopen beslissend en initiërend zijn. De klant dus. Beslissend en initiërend dus bij bijvoorbeeld de aankoop, verbouwing of het onderhoud van een huis.

Maar begrijpen de beslissers in de bouw hun klanten wel? En kan daarmee voldoende de brug worden geslagen tussen markt en product?

Ik denk het niet. En de lezing die ik afgelopen week hierover bijwoonde door Erik Schampers bij Activate bevestigde dat. Vrouwen beslissen over de aankoop. Mannen vervaardigen deze aankoop.

Hoe kunnen we die switch dan maken?

De verwachting is namelijk dat er de komende jaren een verschuiving plaats zal vinden van een mannelijke maatschappij naar een vrouwelijke maatschappij. Een grotere inzet van vrouwen dus, in verschillende posities in de bouw. Vanuit overtuiging.

Waarom? Mannen zijn systematisch ingesteld. Werken volgen bepaalde structuren. Van buiten naar binnen. Ze vinden uitstraling belangrijk en technische specificaties. Vrouwen denken en werken holistisch. Van binnen naar buiten. Gebruiksgemak is belangrijker dan vierkante meters. Het gevoel dat iets moet kloppen is belangrijk. “Aansluiting bij de belevingswereld van de vrouw”, zo wordt dat genoemd in onderwijstermen, als je wilt dat leerstof echt gaat beklijven bij de leerling. In de bouw is dit niet anders.

Aansluiten bij de belevingswereld van de klant. Dat is de oplossing.

In mijn werk vind ik licht, lucht en ruimte, en dan vooral de beleving ervan belangrijk. Maar ook hoe je ergens binnenkomt en of je kasten kwijt kunt in een slaapkamer. Meters en kubs vind ik daarin weinig zeggend. We willen allemaal altijd meer en beter. Maar gevoel leggen in een ontwerp waardoor je bijvoorbeeld een veel ruimtelijker woning lijkt te krijgen, doet meer dan simpelweg vierkante meters bijtekenen.

Ik maak het in mijn werk als vrouwelijke ontwikkelaar bijna dagelijks mee. Het verbaast me iedere keer weer dat bij ontwerpen maar heel beperkt wordt gekozen voor een praktische insteek. Praktisch in de ogen van een vrouw. Ik bekijk een plan altijd op gebruiksnut en functionaliteit. En ook of het plan wel logisch ‘voelt’. In zijn totaliteit. Hoe ik dat zo durf te zeggen? Kwestie van ervaring en het volgen van mijn intuïtie. Ook typisch vrouwelijk. Maar het werkt wel.

Als ik een plan moet verdedigen dan kan ik dat alleen maar doen uit overtuiging. Omdat ik er echt in geloof. Niet omdat ik weet dat het een maximale opbrengst heeft. Dat alleen al, maakt dat je een product anders aanvliegt. De vierkante meters daarbij vind ik dan ook niet maatgevend. Het gaat mij er altijd om dat er een product komt dat klopt. Dat qua functionaliteit en gebruik naadloos in elkaar schuift. En wat ik dan altijd zo bijzonder vind, is dat het bouwtechnisch dan ook klopt. Form follows people. In casu: vrouwen.