De mythe van ‘locatie locatie locatie’

Vaak hoor je dat ‘locatie locatie locatie’ de belangrijkste voorwaarde voor succes is voor vastgoed. Maar is dat wel zo? Is dit niet een hele oude mythe die sterk lijkt, maar in de basis geen fundatie heeft?

Als je iemand een project laat zien, zal de reactie primair niet zijn “Wat een mooie locatie!”… De eerste reactie komt vaak uit de beleving van het pand: licht, lucht en ruimte zijn daarbij belangrijk. Althans de beléving daarvan. Dát zijn sterke kernkwaliteiten. En om dat te bereiken, heb je altijd een ijzersterk concept nodig dat gemaakt wordt vanuit visie. Dát geeft een pand, een project, en dus ook de locatie waarde.

Een voorbeeld: je hebt een prachtig pand op de Amsterdamse gracht. AAA locatie. Helemaal goed. En geschikt voor horeca, met vergunning. Goede ondernemer erin, verbouwing, opening. Toch blijkt het niet te lopen… Is de locatie debet? Denk je daar als eerste aan? Nee: het kan aan de ondernemer liggen, de inrichting, de prijzen, de bediening, het eten… Of niet?

Maar de locatie was toch top? Op die plek zou toch alles moeten lopen?

De werkelijkheid is iets complexer. Locatie zonder visie is als een lege huls, is locatie zonder waarde.

We draaien het voorbeeld om.

Hoek Jan Pieter Heijestraat/Kinkerstraat, Amsterdam West: Coffee Company. Naast een druk kruispunt, tegenover een bloemenstal, naast een vuilnisophaalpunt, er staan regelmatig taxi’s, scooters en fietsen op de stoep; je kunt er amper een paar tafeltjes kwijt en als een auto de straat inrijdt en je zit op het terras, rijdt ie nog net niet over je voeten: druk en multiculti Amsterdam ten voeten uit. Maar goed: wel bomvol! Altijd!

Locatie: beslist geen triple A. En waarom werkt het dan toch?

Overschatten we de kracht van het begrip locatie?

Coffee Company, Starbucks… ze doen het goed op plekken die eigenlijk helemaal niet zo goed zijn. En zeker niet triple A. Soms upcoming, maar soms nog niet zo zichtbaar upcoming… En toch, the place to be… Of the upcoming place to be…

De koffiezaak loopt goed. Komt dat door de locatie? Denk je daar als eerste aan? Nee, het komt door het ijzersterke merk dat ergens voor staat, dat een gevoel oproept van “relaxt jouw koffie drinken”, met wifi en no stress. Met ruimte voor individualiteit terwijl je je toch in een community voelt. Locatie? De kracht is dat het wordt ervaren en beleefd als “triple A”, maar het zeker niet is.

Hoe ga ik om met locatie in de projecten die ik doe?

Vaak wordt mijn hulp juist ingeroepen voor niet-‘top’-locaties. Vaak zijn het projecten die door een samenloop van omstandigheden tot ontwikkeling zijn gekomen of een aanzet hebben gekregen voor een ontwikkeling. Soms is de eigenaar aan de slag gegaan met een stuk familiebezit of een pand wat al in bezit was. Vaak samen met verschillende adviseurs of belanghebbenden, waaronder soms ook overheden, die allemaal een eigen idee hebben gehad over een aanpak.

Zelden wordt zo’n proces gestart vanuit een concrete visie, vanuit een beeld van wat goed kan passen bij de locatie of het pand; vanuit een mogelijkheid om een marketable product te genereren. Vanaf de opstart wordt dan geen sterk concept gemaakt. Maar dat geeft ook niet; op zo’n moment zijn er andere variabelen die dan een rol spelen. Belangrijk is, dat er een aanzet is tot een project.

Mijn ervaring is dat een goed concept wonderen verricht. Een goed concept creëert draagvlak en enthousiasme, vertrouwen en markt.

Wonderlijk is het voor mij ook elke keer weer, hoe je van een vastgelopen project op een ‘niet-top-locatie’, een triple A project kan maken. Puur door een concept neer te leggen dat klopt. Door een idee uit te werken dat naadloos past bij de mogelijkheden van wat er dan al ligt. Door ervoor te zorgen dat niets iets wordt. Door de markt nieuwsgierig te maken naar het product. Door draagvlak te creëren voor iets wat er toe doet. Door ervoor te zorgen dat iedereen vanuit zijn eigen expertise het project op een hoger niveau tilt en kwaliteiten toevoegt.

Dat maakt mijn projecten uniek: het creëren van een haalbare oplossing voor een specifieke locatie. Daarvoor bestaat geen vast recept en dat kan ook niet, want elk project is anders. En juist dát maakt deze vorm van ontwikkelen ook zo bijzonder en dankbaar: je gaat voor iets dat gerealiseerd kan worden. Een goed product.

Be different, think different.

Nieuwsgierig geworden?

Expertise nodig bij het vlottrekken van een vastgelopen project?

Neem contact met me op: 06-54730161.

 

 

 

Het geheim van ‘De Schakel’

Vastgelopen projecten kunnen in tweede instantie toch van de grond komen. Een andere invalshoek of vernieuwende aanpak kan het verschil maken. Een inventarisatie van deze projecten in de serie De Doorstart moet hun geheim ontrafelen. Aflevering 3, verschenen op 4 september 2012: Basisschool De Schakel in Vinkeveen waar al tien jaar over wordt gesproken maar die nu eindelijk van de grond komt.

Achtergrond Basisschool Vinkeveen: geleid door intuïtie en ervaring

Een realistisch meerjarig onderhoudsplan en een systeembouwer met oog en oor voor de klant. Het bleek het ei van Columbus voor nieuwe huisvesting van basisschool De Schakel in Vinkeveen. Een wens gaat na meer dan tien jaar eindelijk in vervulling.

door: Merel van der Ham

Vinkeveen – Zomer 2010. Nina Kremers spreekt op het schoolplein in Vinkeveen de directeur van de basisschool waar haar kinderen naartoe gaan. “Het gaat allemaal niet door”, sombert hij.  Al sinds 2000 was de school in gesprek over nieuwe huisvesting. Steeds ontbrak geld of een goede alternatieve locatie. Die dag was ook nog het meest hoopgevende ontwikkelplan gesneuveld: nieuwbouw samen met de eigenaar van het naastgelegen winkelcentrum. Te duur. De directeur zit met de handen in het haar en vraagt Kremers of zij zich over de plannen wil buigen. Nu, twee jaar later, wordt een nieuw schoolgebouw nog voor de kerst opgeleverd.

Daar is heel wat aan vooraf gegaan. “Er lag al een programma van eisen en een ontwerp. Maar daarmee is het nog geen project.” Kremers ontwikkelde een planvisie, de financiering en de plek in het bestemmingsplan. Daarmee ging ze de boer op bij de gemeente, makelaars, de architect. “In plaats van het winkelcentrum zou de school nu in samenwerking met een ontwikkelende bouwer appartementen ontwikkelen en verkopen. Met die opbrengst kon ze dan de nieuwbouw financieren.” Het plan lijkt haalbaar, maar dreigde te verzanden in de procedures. “Het werd te ingewikkeld. De nieuwbouw van de school werd afhankelijk van de verkoop van de appartementen. Een eindeloze weg.”

Kremers gooide radicaal het roer om als blijkt dat deze route vastloopt.  “Ik heb alles losgelaten. De appartementen, de ontwerpen van de school. Ik heb de alternatieven bekeken en ben vervolgens naar een systeembouwer gestapt. De Meeuw, want die heeft architecten in dienst. Ze hebben het concept naadloos opgepakt!” De systeembouwer vangt in ontwerp wat de schooldirecteur en Kremers in hun hoofd hebben. Gangen van 6 meter breed en glazen wanden geven het gebouw openheid, veel licht, zicht op de gangen.

Door de relatief goedkope systeembouw, was de financiering ook sneller rond. “De school kwam in aanmerking voor grootschalige renovatie, omdat het huidige gebouw 40 jaar oud is. Van de gemeente mocht dit geld ook ingezet worden voor nieuwbouw. Daarbij kwam het budget voor het meerjarig onderhoudsplan.” Deze tweede component verhoogde aanzienlijk nadat Kremers een onafhankelijk bureau een bestektoets liet uitvoeren op de onderhoudsraming. De school legde de rest bij uit eigen middelen.

Nina Kremers wordt met haar gelijknamige bedrijf vaak ingeschakeld voor vastgelopen projecten. Haar benadering is persoonlijk. “Ik laat me leiden door intuïtie en ervaring, niet door technische en financiële aspecten. Als ik een plan onder ogen krijg, krijg ik een beeld hoe het moet worden. Dat beeld klopt altijd.” Moeite om met dit persoonlijke verhaal opdrachtgevers te overtuigen zegt Kremers niet te hebben. “Ik denk dat ik niet standaard ben. Je moet eerst mij leren kennen, mij begrijpen. Ik neem je mee op reis en ik weet zeker dat het lukt. Dat is de crux van het succes.”

Veel plannen zijn volgens Kremers echter niet gebaseerd op een goed concept, maar op een verdienmodel. “Als iedereen een concept kan verzinnen, zou iedereen het doen. Ja, iedereen kan een project dichtrekenen. Maar het moet ook te vermarkten zijn.” Een concept moet ijzersterk zijn. “Als een plan klopt, gaan mensen het dragen. Dan wordt het van iedereen. Dingen gaan bewegen. Gemeenten gaan faciliteren, en banken willen financieren.”

Kremers werkte ruim 20 jaar voor projectontwikkelaar Linden Groep. “Ik heb van alles gedaan. Van historisch onderzoek, tot complexe financiële opstellingen maken en gebiedsontwikkelingen.” Ze kwam binnen op haar 18e om haar studie Spaans te bekostigen, maar bleef naast haar baan als docent Spaans aan de Universiteit van Amsterdam bij de ontwikkelaar actief. Later volgde nog een studie bedrijfskunde.  Sinds 2009 werkt ze voor zichzelf. Zonder bouwtechnische of architectonische achtergrond kan ze externe partijen zoeken die goed zijn. “Je hebt echt de besten nodig om het werk gedaan te krijgen.”

Vol trots ontvouwt Kremers het vloerplan van de school. “Dit is echt zo cool, dat vloerplan kan ik echt weer vrolijk van worden.” Hoewel de systeembouwer in principe alle afwerking regelt, belde Kremers toch met de vloerlegger Forbo. “Ik meng me in alles, details zijn belangrijk. De werkeilanden zijn nu in het ontwerp heuse eilanden: blauw voor water, geel voor zand, de lokalen zijn groen.”

Artist’s impression van De Schakel in Vinkeveen

 

 

Nieuwbouw basisschool De Schakel weer stap dichterbij

Op 3 augustus is een artikel verschenen op de voorpagina van De Groene Venen over de planontwikkeling van basisschool De Schakel in Vinkeveen. Dit, naar aanleiding van het positieve advies die week door Welstand op de plannen. Lees het hier!

“De nieuwbouw van de Vinkeveense basisschool De Schakel is weer een stap dichterbij gekomen. Nadat het college van De Ronde Venen in juni al akkoord had gegeven op de nieuwbouwplannen, werd deze week bekend dat ook de welstandscommissie een positief advies geeft. Zo snel mogelijk na de zomervakantie wordt begonnen met de sloop van het huidige schoolgebouw, dat uit 1971 stamt en niet meer voldoet aan de huidige onderwijsnormen. Het schoolbestuur hoopt al op 1 januari 2013 de nieuwbouw in gebruik te kunnen nemen. Dat kan dankzij een uniek bouwplan van Nina Kremers, bouwadviseur en moeder van leerlingen van de school. De in totaal 120 leerlingen van De Schakel krijgen ondertussen les in de voormalige Mijdrechtse basisschool De Hoeksteen. Dit had de voorkeur boven noodlokalen op het plein of huisvesting op verschillende locaties.”

vooraanzicht De Schakel

Impressie door arc8

“Ik werk heel intuïtief”

Op 20 juni is een Interview verschenen over het verhaal achter mijn bedrijf in het magazine Amsterdamse Zakenvrouwen: lees het hier!

“Als een project kwaliteit heeft, verdient het zichzelf altijd terug”, valt Nina Kremers met de deur in huis. “Als ík erin geloof, zorg ik er voor dat alle belanghebbenden erin gaan geloven. Dan klopt het financieel ook. Ik kan niet beginnen met een rekensom. De rekensom moet de slagroom op het project zijn.”

Nina Kremers combineert visie met een vleugje Spaanse passie…

Ze noemt zichzelf liever projectcoördinator dan projectontwikkelaar. Met haar bedrijf Creative Real Estate Solutions ontwikkelt ze panden en locaties vanuit een heldere visie, met als specialisatie het vlot trekken van vastgelopen projecten. “Al bij de eerste kennismaking met een locatie of pand speelt zich een film voor m’n ogen af hoe het worden moet. Dat is voor mij een cruciale eerste stap, want ik werk heel intuïtief”, zegt Nina die met haar visie een brug slaat tussen de wensen van de eigenaar en de eisen van de gebruiker en de markt. Met haar jarenlange ervaring in de vastgoedbusiness heeft ze een langgekoesterde droom, die ze onbetwist laat uitkomen. “Er is op dit moment een stevige discussie gaande over de leegstand van panden, zowel in Amsterdam als aan de rand ervan, zonder concrete oplossingen. Mijn handen jeuken om deze panden, in overleg met de eigenaar, een nieuwe haalbare bestemming te geven.”

Vierenveertig jaar geleden werd dit temperamentvolle bijtertje geboren in Madrid uit een Nederlandse vader en een Spaanse moeder. “Mijn uit Drenthe afkomstige vader was ingenieur en reisde de hele wereld over. Hij maakte van boorlocaties projecten en dat is eigenlijk wat ik nu ook doe. Van niets iets maken”, aldus Nina die begin jaren ’70 met haar ouders en twee broers verhuisde naar Emmen. “Dat was wel even wennen, maar meer voor m’n moeder dan voor ons. Mijn vader was natuurlijk vaak weg”, herinnert ze zich. “Ik was een eigenwijs, maar makkelijk kind dat gauw veel vriendjes en vriendinnetjes had. Bovendien was ik ultrasportief want ik tenniste en turnde in de selectie en volgde ook nog een dansopleiding. Ik herinner me dat ik altijd in een joggingbroek naar school ging. Zelfs als ik van mijn moeder een rokje aan moest, deed ik die joggingbroek er overheen aan.”

Nina, begiftigd met een goed stel hersens, volgde het gymnasium en wilde maar één ding: bij haar vader werken. “Mijn vader zat veel in het Midden-Oosten en dat vond ik een magische wereld. Dus zei ik tegen hem: ‘ik begin gewoon bij jou en ga met je mee de wereld over’. Heerlijk mee het vliegtuig in op zoek naar het avontuur. Helaas overleed hij toen ik elf jaar oud was. Ik weet nog goed dat het gemis van mijn vader groot was en de eenzaamheid me overviel. Ik wilde weg uit Emmen en vertrok na het afronden van het gymnasium naar Amsterdam. Een nieuw avontuur tegemoet. ”

Het werd een studie Spaans met daarnaast internationale betrekkingen en economie. Door de jaren heen heeft ze op de arbeidsmarkt een indrukwekkend cv opgebouwd, waarbij het doceren van Spaans aan de UvA en de projectontwikkeling eruit springen. In laatstgenoemde branche heeft Nina een behoorlijke staat van dienst opgebouwd tot in de Caribbean aan toe. “Ik vind de dynamiek in de projectontwikkeling geweldig. Alles moet ervoor uit de kast en je moet continu nieuwe dingen bedenken. Daar hou ik van.”

Ook is ze dol op haar twee kinderen Sofía (10) en Simon (9), die hun bijzondere moeder niet alleen lief, maar ook een beetje gek vinden. “Haha, ik ben nogal een creatief type, dus ik doe wel aparte dingen met ze, ja. Ik durf veel en neem ze vaak mee op reis. Dat gevoel van vrijheid is heerlijk. Maar, mijn eigen bedrijf verschaft me ook vrijheid. Ik werk als een paard en bijt me als een pitbull in projecten vast. Ik ben een nachtdier, dus ik werk op alle tijden.”

Naast haar werk kan Nina zich heerlijk uitleven met XCO: een workout met behulp van een buis met vier kilo grit. “Het grit beweegt bij elke beweging die je maakt, heen en weer, van deksel naar deksel. Best heftig, maar het maakt je sterk en houdt je strak. En dat is geen overbodige luxe, want ik ben gek op koken. Ik ben en blijf een Spaanse, dus een tafel vol tapas is geen enkel probleem!”

 

Frisse school = open school?

Afgelopen week had ik een interessante ontmoeting met een eigenaresse van een kleuterschool op Curaçao. Het gesprek kwam spontaan op de ‘frisse scholen’ in Nederland. Ik vertelde haar over mijn project, de nieuwe basisschool in Vinkeveen die binnenkort gerealiseerd gaat worden. Daarbij kwamen we al snel op de extra aandacht die we daarbij besteed hebben aan het realiseren van een ‘frisse school’ (bouwkundig en -fysisch) en een ‘open school (onderwijskundig).

Daaruit ontstond een boeiende dialoog.

Eerst even over haar school. Het gaat om een privé kleuterschool met 2 klasjes van elk ongeveer 20 kinderen. Al bijna 30 jaar. Aan huis. En helemaal open. Je weet niet wat je ziet. Althans, als je Nederland gewend bent. Gek? – Nee. Integendeel! Eigenlijk heel logisch, gezien de locatie op dit tropische eiland. Professioneel? – Absoluut! Zowel qua vorm als qua inhoud.

Alles is in de open lucht. Er zijn wel twee wat meer afgeschermde ‘basisruimtes’. Maar deze afscherming is vooral bedoeld als bescherming tegen de wind, de regen en natuurlijk de
zon. Maar de afscherming bestaat uit één cq. twee wanden wand en is dus minimaal. Een deur of een raam is niet te vinden. Alleen het computerlokaal (!), het materialenlokaal en het
toilet hebben een deur en zijn afgesloten ruimtes met vier muren. Logische en functionele beschermingsmaatregelen gericht op veiligheid en privacy.

Alles speelt zich letterlijk en figuurlijk in de ‘open’ ruimte af en is helemaal ingericht en afgestemd op het flexibel gebruiken van die ruimte en de materialen. De tafeltjes zijn in
hoogte verstelbaar en licht, dus makkelijk te verplaatsen. Materiaal is handzaam geordend en daarmee ook makkelijk verplaatsbaar. Het onderwijs en het samenzijn vinden ‘in
alle openheid’ plaats. Geen gesloten deuren en geen geheimen. Respect, des te meer. Zonder respect en samenwerking vanuit vertrouwen en openheid kan zoiets niet succesvol
plaatsvinden. Noch tussen docenten onderling, noch tussen leerlingen, noch tussen docenten en leerlingen.

Zo wordt de week gezamenlijk gestart onder de grote boom op het speelterrein. Stoeltjes mee en de week kan beginnen! De kinderen krijgen binnen het reguliere programma ook
muziekles, zwemles in het zwembad, computerles en dansles.

Concentratiegebrek door alle openheid? Nee hoor! Kinderen, zo heeft jarenlange ervaring geleerd, kunnen zich heel erg goed concentreren op hun werk zonder een fysieke afsluiting
zoals deuren. Vertrouwen, veiligheid en oefening baren kunst en zorgen voor een open leerhouding.

Wat zijn de leerresultaten? Ook deze kinderen vallen gewoon onder de onderwijswetgeving. Ze moeten voordat ze naar groep 3 gaan gewoon de eindtermen hebben gehaald. De
leerprestaties hier worden net als op andere scholen gemonitord, gestuurd en gewaardeerd.

Bijzonder vind ik de fysieke en onderwijskundige uitgangspunten voor deze manier van werken en leren. Er hadden ook twee lokaaltjes gebouwd kunnen worden op het terrein,
met deuren, ramen en airco’s. Maar bewust is gekozen om aan te sluiten op de natuurlijke context. Sterker nog, om er gebruik van te maken: van de natuur, van de openheid, van
elkaar. Om juist op deze wijze vaardigheden te ontwikkelen die anders misschien ‘vergeten’ worden, zoals het ontwikkelen van concentratie en passend groepsgedrag. Er wordt geleerd,
gespeeld, ja zelfs gemediteerd om dit te bereiken.

Je kunt je dus afvragen, of alle kunstmatige barrières contraproductief werken in leeromgevingen? In Nederland is een school zonder muren en ramen wellicht niet zo voor de
hand liggend gezien de klimatologische omstandigheden, hoewel er ook in Nederland ‘open scholen’ zijn (Openluchtschool Amsterdam bijv.). Maar openheid door veel licht, ramen
en glazen schuifpuien kan een toegevoegde waarde hebben op de leerprestaties van de leerlingen en de ontwikkeling van zelfstandigheid, openheid en het wederzijdse respect.

In elk geval is deze school in de Carib een voorbeeld een frisse school die ook een open school is, door optimaal gebruik te maken van de natuurlijke context en omgeving.

‘De markt’ bestaat niet

Ik vind het altijd heel bijzonder als mensen zeggen dat ‘de markt’ tegenwoordig zo lastig is. Hoezo vraag ik me dan altijd af: ‘de markt’ is altijd lastig omdat er in mijn ogen geen ‘markt’ bestaat. ‘De markt’ is een illusie; wat wél bestaat is de consument. En die is beslist veranderd.

Consumenten zijn tegenwoordig steeds lastiger te kwalificeren cq. te groeperen. Dat wil de consument ook helemaal niet: individualisme, uniciteit en keuzevrijheid zijn belangrijke
kernwaarden. De veranderingen in de maatschappij faciliteren die waarden terwijl tegelijkertijd de mens van nature aansluiting zoekt bij een groep.

Het gedrag van consumenten wordt door de sterk gedigitaliseerde maatschappij sterk beïnvloed. Dat maakt de consument bewuster van zichzelf en van zijn wensen. En het maakt
hem of haar mondiger. Toevallig valt dit samen met ‘de crisis’. Maar de crisis is niet de hoofdoorzaak voor de veranderende consument.

Waarom is ‘de markt’ in het vastgoed zo belangrijk? Logisch antwoord: dat is waar we voor ontwikkelen of bouwen. Uiteindelijk is dat de gebruiker. De consument of de klant dus.

Maar toch hoor ik nooit dat ‘de consument’ zo veranderd is. Of is ‘de markt’ toch gelijk aan ‘de consument’? Waarschijnlijk bedoelen we met ‘de markt’ meer dan alleen de consument.

Maar zijn we in het vastgoed wel gewend om voldoende commercieel te denken en ons voldoende te verplaatsen in de wensen van ‘de consument’? En waarom praten we dan toch
steeds over die moeilijke markt?

Even een uitstapje naar een andere sector ter verheldering van het probleem: de voedingsindustrie.

In de voedingsindustrie is men zeer gericht op het bewerken van ‘de consument’: gevoel bij een product, merkbeleving, specifieke wensen, productdifferentiatie en prijs- kwaliteit verhoudingen zijn aan de orde van de dag. Elke supermarkt(keten) is tot in detail geautomatiseerd, niet in de laatste plaats vanwege voorraadbeheer, doorlooptijd en bederf van producten. Elke cent telt, de marges zijn vaak klein. Commercieel is deze industrie heel gericht actief en innovatief: er zijn consumentenpanels, toetsinstrumenten, continue reclamecampagnes.

Wat maakt het vastgoed zo anders? Ook in het vastgoed is de prijs-kwaliteit verhouding essentieel. En de klant wil een goed product, liefst zo ‘eigen’ mogelijk. Onderzoeken we wel voldoende wat de consument wil?

Terug naar de case van de voedingsmiddelen.

Een groenteboer introduceert regelmatig nieuwe producten. De gele kiwi was ooit een nieuw product. Maar niet elke consument wil gele kiwi’s. Sommigen willen alleen groene kiwi’s. Wat doe je dan als groenteboer? Bied je ze allebei voor dezelfde prijs aan? Of maak je de gele juist goedkoper omdat deze nieuw is, of juist duurder omdat deze ‘exclusiever’ is? Complicerende factoren bij dit product zijn de beperkte houdbaarheid en de kwetsbaarheid.

Slecht fruit, beurs fruit, verkoopt niet. Dus als je merkt dat de gele kiwi niet loopt dan controleer je de kwaliteit en uitstraling. Wat doe je als deze goed blijken te zijn? Concludeer
je dan dat er geen belangstelling is voor de gele kiwi? Doe je de bestaande voorraad, je investering, in de aanbieding, zodat deze alsnog verkocht wordt en je zo min mogelijk waarde
derving hebt? Of besluit je een reclamecampagne te doen om de verkoop te stimuleren, zodat de gele kiwi wel gaat lopen omdat jíj overtuigd bent van de toegevoegde waarde: ze
zijn namelijk zoeter dan de groene?

(Her)ontwikkeling van vastgoed en de marketing van de producten is complex. Het proces is langer. In dat opzicht niet vergelijkbaar met de kiwi. Wat gelijk is, is dat het vastgoed
ontwikkelt voor afnemers.

Wat wil de consument?

Misschien helpt het om de consument in real life gewoon rechtstreeks te benaderen? Om een klein marktonderzoek te doen? Om gericht het product al dan niet een plek te kunnen geven
in het assortiment. Dat biedt gelijk de kans om de klant beter te leren kennen en beter op zijn behoeften in het algemeen in te spelen, én deze –ook op langere termijn- te beïnvloeden.
En aan klantenbinding te doen. En veranderingen in gedrag te kunnen monitoren. Online én offline.

Is dat een oplossing?

Een kiwi is letterlijk en figuurlijk een klein product en als zodanig niet geheel vergelijkbaar met de complexiteit van vastgoedprojecten. Maar toch biedt het een belangrijk inzicht voor het essentieel anders aanvliegen van de markt. Het gaat namelijk niet om ‘de markt’, een onzichtbare groep mensen. Bij elk product hoort een gebruiker. Anders heeft het product geen afname en dus geen bestaansrecht.

Ik vind het belangrijk om te ontwikkelen vanuit een visie die een brug slaat tussen de mogelijkheden van een pand of een locatie en de mogelijke wensen van consumenten. Een
plan moet ‘marketable’ zijn. Als je dat weet vorm te geven met een passend concept, dan creëer je een markt, dan kom je in de wensen-zone van de gebruiker. Dan concretiseer je
een potentiële behoefte en creëer je een markt. Als klant wil je een product dat een goede prijs-kwaliteit verhouding heeft, je wilt service en je wilt het gevoel hebben dat het als het
ware voor jou gemaakt is. Dan ervaar je een toegevoegde waarde.

Dát geeft solide oplossingen en duurzame toegevoegde waarde aan een ontwikkeling.

Meer informatie over Ontwikkelen voor een markt? Reageer hieronder, of neem contact met me op!

 

Creatief met ruimte: het andere ontwikkelen

In elk project is de beleving van ruimte belangrijk. Aandacht voor licht en lucht in het ontwikkelconcept geven een project meerwaarde.

Licht is een natuurlijke drijfveer van de mens om zich prettig te voelen en actief te worden. Als een huis licht is, ervaar je dat als luxe en ruimtelijk. Een licht kantoor wordt ervaren als groot en positief. Niemand wil in een donker huis wonen of in een donker kantoor werken. Donker staat gelijk aan klein, benauwend, niet prettig. Licht staat gelijk aan ruimtelijkheid,
luxe, comfort, energiek, positief, de dag, creativiteit. Lucht heeft twee belangrijke pijlers voor projecten. Allereerst is het contact met en zicht op de

buitenlucht van belang. Als je ervaart dat er een connectie is met de (leef)ruimte buiten, dan creëer je een versmelting tussen binnen en buiten. Binnen wordt daarmee ‘groter’. Daarnaast
is in de letterlijke betekenis de kwaliteit van de lucht, het binnenklimaat. Hoe geef je licht en lucht vorm in een project?

Wat als je qua meters geen ruimte hebt?

Wat doe je als je letterlijk niet zoveel ruimte hebt qua meters? Als je bij de start van een project geen zicht hebt op ruimtelijkheid door licht en lucht? Hoe geeft je dat vorm?
Hoe creëer je comfortabele en functionele ruimtes waarin de beleving van licht en lucht geoptimaliseerd is?

Hierna volgen drie filmpjes die een buitengewoon grote creativiteit laten zien. Buitengewoon omdat ze buiten de gewone kaders om oplossingen hebben gezocht voor de vele wensen die
de gebruikers hadden binnen een zeer beperkte ruimte.

Drie complexe vraagstukken. Geniaal in eenvoud.

Laat je verrassen door deze active apartments!

Barcelona: active apartment 24 m2

Met een flinke dosis humor en inspiratie uit de botenindustrie is van een rechthoekige ruimte een volwassen appartement gecreëerd. Met wat fysieke inspanning en een flinke
dosis humor krijgt deze kleine ruimte steeds weer een andere functie. De binnenruimte is bovendien gekoppeld aan een buitenruimte. En alles is zo georganiseerd, dat je comfort en
ruimtelijkheid ervaart: alles is bij de hand, praktisch en volgens de gebruiker helemaal zen.

http://www.youtube.com/watch?v=juWaO5TJS00&feature=colike

Hong Kong: ecofriendly apartment 32 m2

Ruimte is deze wereldstad is echt schaars en kostbaar maar de bewoners hebben er mee leren leven. Deze architect kan zijn ecofriendly apartment via zijn domestic transformer, een
futuristische wandsysteem, omtoveren tot 24 verschillende gebruiksfuncties. Klein betekent hier functioneel, zonder in te leveren op gebruiksvriendelijkheid. De toegepaste materialen
zorgen voor optimaal licht in het appartement met aandacht voor duurzaamheid.

http://www.youtube.com/watch?v=Lg9qnWg9kak&feature=player_embedded

Bordeaux: maison garage 45 m2

Hoe creatief en herbestemmend kun je zijn in een historische wijk van Bordeaux? Deze voormalige garage zonder voorzieningen is omgetoverd tot een beeldschone, stoere en
functionele woning. Door de vooruitziende blik van de eigenaar bij de aankoop en door inzet van een architect die denkt in mogelijkheden. Met een knipoog naar de voormalige functie
van het gebied -paardenstallen en woningen erboven- heeft het huis een warme uitstraling gekregen met prachtig licht en een doorloop naar buiten.

http://www.youtube.com/watch?v=NBYS3ZsC-cY

Utopie of kans?

Deze woningen hebben alledrie gemeen dat ze ontwikkeld zijn vanuit een heldere en krachtige visie van de eigenaars. Ze weten precies wat ze willen en ze willen ook best veel. Hun sterkte uitgangspunt is hun visie en hun uitgebreide programma van eisen. De – beperkte- ruimte is een kader, niet een beperking. Sterker nog, ze vermenigvuldigen de ruimte in het alledaagse leven door het begrip ruimte anders te benaderen en vorm te geven.

En daar gaat het om: een andere kijk op ontwikkelen. Een belangrijke eerste stap bij elk project is het creëren van een visie met commerciële kracht dat aansluit bij de gebruiker.

Verder praten over hoe ik met visie projecten aanpak? Reageer hier onder, of neem contact met me op.