Wie is ook alweer de klant?

In den beginne was er een duidelijke klant: namelijk wijzelf. Als je in heel vroeger tijden een huis nodig had, dan bouwde je dat zelf. Of, als je iets meer bemiddeld was, liet je zelf een huis bouwen. En dat huis werd precies wat je wilde: budget was duidelijk, toepassing was duidelijk, net als materialen en de gewenste mate van franje, en het grondstuk. Enige fluctuaties daargelaten uiteraard.

Gelijkheid voor allen?

Met de groei van de bevolking, de verandering van technieken en onze steeds grotere kennis en mobiliteit, werd het mogelijk om voor meer klanten tegelijk iets te bouwen. Een huis, een bedrijfspand, een winkel of kantoor.

Zoveel mogelijk, voor zo min mogelijk en liefst ook zo snel mogelijk… Bij de wederopbouw van Nederland was het ook noodzakelijk. Maar wanneer is die noodzaak omgeslagen in gemak? En kunnen we dat paradigma loslaten?

DE doelgroep bestaat niet

De food-industrie weet wel hoe het moet. De marges zijn daar klein en het volume telt. Je doelgroep goed benaderen en serieus nemen is daarom essentieel.

Een voorbeeld. Er is onderzoek gedaan naar een merk dat één standaard pastasaus verkocht: een ambachtelijke saus die gewoon goed en lekker was. Gek genoeg, vond deze saus geen aftrek. De saus bleek té standaard. Oplossing: aansluiten op de doelgroep-en. DE doelgroep bleek namelijk te bestaan uit sub-doelgroepen. Dus werd een aantal varianten op de markt gebracht, elk gericht op een specifieke doelgroep, van gewoon tot extra spicy. De omzet nam een grote vlucht.

Verandering van spijs doet blijkbaar eten: de branding van het merk was een feit. De trend was gezet.

Interessant hieraan is dat in de basis veel consumenten hetzelfde lijken te willen maar dat het in de praktijk anders werkt. In de detaillering wil de consument toch iets anders. Nou is de gebruiksduur van een potje tomatensaus heel kort en onvergelijkbaar met bijvoorbeeld een woning. Maar hoe zit dat eigenlijk met consumentwensen?

De consument weet NIET wat hij precies wil

Steve Jobs beschreef het prachtig: “Als we de consument gevraagd hadden een nieuw type telefoon te ontwerpen, was er nooit een i-phone gekomen”… En zo is het.

Wat wil de consument WEL?

Een goede deal. Met ruimte voor eigen invulling. Zo simpel is het eigenlijk. En daarbij, niet iedereen wil hetzelfde. Maar niemand, een uitzondering daargelaten, wil heel excentriek zijn en ‘buiten’ de kaders vallen. Veel mensen willen in een rijtjeshuis wonen. Maar liefst wel net even anders dan de buren.

In de marketing van mijn projecten probeer ik me altijd te richten op het creëren van een markt. Dat begint met het lokaliseren van de latente markt. Die is namelijk wel altijd aanwezig en ontstaat op het moment dat het concept, het plan, door mij wordt uitgedacht en commercieel zijn eerste stappen krijgt. Er staat dan nog geen ontwerp op papier.

Bouwen voor een gemiddeld publiek bestaat niet. Je moet keuzes maken en duidelijk differentiëren in je project om gebruikers aan te spreken. Een te globaal project maakt mensen niet enthousiast. En zeg nou zelf: je wilt zelf toch ook iets bijzonders, ‘ook al’ is het een appartement in een appartementen complex. Uiteindelijk wil je toch kunnen zeggen: dat appartement, met die slimme indeling, dát is nou van mij.

Meer weten over hoe ik projecten commercieel aantrekkelijker maak? Bel/mail me voor een afspraak:

06-54730161

contact@ninakremers.com

 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *